De zondeval der mensen. Al in het eerste boek van de Bijbel, Genesis wordt daarover gesproken, direct na de zondeval van Adam en Eva. De Heere God zeide tot de slang, die Eva verleid had; dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het gedierte des velds. [Gen.3:4–15] Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten al de dagen uws levens. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; dat zelve zal u de kop vermorzelen en gij zult het de verzenen vermorzelen. Ook in andere boeken van het Oude Testament wordt geprofeteerd over de komst van de Messias, zo vermeldt het boek Jesaja; Want er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen stronk van Isaï [Jes.11:1] en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.

En op Hem zal de Geest des Heeren rusten, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des Heeren. Voorts vermeldt de profeet Jesaja; En men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der [Jes.9:5–6] Eeuwigheid, Vredevorst en vervolgt met de woorden; Der grootheid dezer heerschappij zal geen einde zijn.