Heilige Geest en Heiligmaking. Zoals in het Nieuwe Testament beschreven staat, worden door de Heilige Geest gaven geschonken.

Deze gaven zijn ook in de Gemeente des Heeren aanwezig. Niet door studie of opleiding verkregen eigenschappen, maar gaven die van God komen en die tot opbouw van zijn kinderen dienen, om hen in staat te stellen tot ere van Zijn Naam te leven. De Heilige Geest, de Geest der Waarheid welke de 'wereld’ niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet. Dit is de Geest der vertroosting, onderwijzing, bekrachtiging en genezing. [Joh.3:3] En zo kan op grond van de Bijbel gesteld worden, dat als een mens niet wederom-geboren is, hij het Koninkrijk Gods niet zien kan. Na de wedergeboorte moet de mens gedoopt worden, welke is een [Joh.3:5] afwassing van de zonde en zo iemand, naar Gods Woord, niet geboren uit water en Geest, hij kan het Koninkrijk Gods niet ingaan. [Efeze2:19-20] Maar eenmaal ingegaan zijnde, is de mens geen vreemdeling of bijwoner meer, maar een medeburger der Heiligen en een huisgenoot Gods. Een levende steen om mede opgebouwd te worden tot een woonstede [Petr.2:5] Gods, een Heilige tempel in de Heere, om geestelijke offeranden te brengen in de Geest. Om af te leggen de 'oude mens' der natuurlijke geboorte en aan te doen de 'nieuwe mens' der weder-geboorte die uit de hemel is, om zo door God gevormd te worden naar Zijn beeld. Het Nieuwe Testament duidt er in verschillende schriftgedeelten op, dat Gods kinderen de weg ten eeuwigen leven nauwgezet dienen te bewandelen en de hen voorgestelde hoop tot hun eeuwig behoud tot aan het einde van hun leven vast dienen te houden, willen zij voor eeuwig zalig worden.

Het door de weder-geboorte ontvangen Nieuwe Leven moet in stand gehouden worden door het ontvangen van geestelijk voedsel, door de Levengever Jezus Christus en zijn diebaar bloed. Om door Zijn kracht tot overwinning te komen en door dagelijks het kruis op te nemen en de Heere na te volgen.  Dat daarvoor alle noodzaak bestaat, bevestigt de Apostel Petrus in zijn brief in het Nieuwe Testament, waar geschreven staat; [1Petr.4:18] . En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?